Terug naar het overzicht

Nog geen maatregelen tegen overlast muskuseenden

een zwarte muskuseend met een witte kraag en rode ogen

Op verschillende plekken in de gemeente lopen muskuseenden die voor overlast zorgen. We kunnen hiertegen nog geen maatregelen nemen. Zorgen over vogelgriep maken het moeilijk om de eenden te verplaatsen naar een andere plek in Nederland.

We krijgen veel meldingen over overlast door deze eenden. De eenden lopen door tuinen, beschadigen gras en beplanting. En er ligt op veel plekken eendenpoep. Ook lopen ze op fiets- en wandelpaden waardoor ze fietsers en wandelaars hinderen. We zien ook dat het aantal muskuseenden toeneemt. Elk jaar krijgen de eenden veel jongen. Daardoor wordt de groep groter en neemt de overlast toe.

Eenden verplaatsen

De muskuseenden komen al langer voor in onze gemeente. Omdat deze eenden beschermd zijn, zijn weinig maatregelen mogelijk. Om te zorgen dat de groep eenden niet te groot werd, schakelden we regelmatig een gespecialiseerd bedrijf in om de eenden naar een geschikte plek in Nederland te brengen.

Dit bedrijf kon de afgelopen tijd geen eenden ophalen door een landelijke ophokplicht en een vervoersverbod. Deze maatregelen zijn nu opgeheven maar het vinden van een nieuwe plek voor de eenden is moeilijk. Veel plekken waar we eenden kunnen onderbrengen, nemen nu geen muskuseenden aan. Dat komt door zorgen over vogelgriep. We kunnen dus voorlopig niets doen.

Waar komen de eenden vandaan?

Muskuseenden komen van oorsprong niet voor in Nederland. Veel muskuseenden zijn in het verleden door particulieren gehouden als siervogel of erfvogel. Een deel daarvan is ontsnapt of bewust losgelaten en leeft nu in het ‘wild’ in dorpen en steden. De eendengroep wordt snel groter doordat ze geen natuurlijke vijanden hebben en veel eieren leggen en uitbroeden.

Niet voeren

We vragen onze inwoners deze eenden niet te voeren. Voeren zorgt ervoor dat de dieren in grotere aantallen in woonwijken blijven, sneller jongen krijgen en de overlast verder toeneemt. Door niet te voeren hopen we dat de groep niet groter wordt en we de situatie beter kunnen beheersen.

Als het weer mogelijk is om de eenden te verplaatsen, pakken we dat gelijk op.